woensdag 15 oktober 2014

Je bent nooit iemand geweest

Je bent niets. Dat ben je nooit geweest. Soms durfde je wel eens te dromen over iemand of over een toekomst... Of zelfs eens over een toekomst mét iemand.

Waarom ben je zo dwaas geweest?


Je bent

Niets

donderdag 2 oktober 2014

Wishing you were blind on a date

Wishing you were blind on a date

Het is weekend. Na een lange week die volgeboekt was met bijscholingen, projecten, lessen en deadlines ben je blij om je rustig neer te ploffen met je (onder het stof vandaan gehaalde) Jim Harley. 
Aan het horen van de tonen van zijn stemmen, lijkt hij je duidelijk te willen maken dat hij niet tevreden is door het gebrek aan aandacht. Letterlijk ontstemd. Je voelt je bijna schuldig als het vertrouwde metaal woedend in je vingers snijdt. (Ook het eelt op je vingers trekt na een tijd weg.)
Een relatie met een gitaar is bijna menselijk. Alleen heeft de gitaar zes stemmen die je naar je hand moet zetten. Met al de moeite van de wereld probeer je hen in C drop samen te laten klinken. Uiteindelijk lukt het je.

De eerste tonen zijn gezet, de tonen om het welverdiende weekend in te luiden.
'Mann gegen Mann...'

Je gsm gaat over. Je negeert het, omdat je weet wie en waarom belt.
'...Meine Haut gehört den Herren' 

Een tiental minuten later hoor je opnieuw een gerinkel. Alleen is het deze keer niet afkomstig van je telefoon. Het is de deurbel.
Verveeld leg je het instrument aan de kant en je slentert met het lood in je schoenen naar de voordeur.

- "Dat werd hoog tijd! Je moet binnen een uur in'The Century' zijn. Ik dacht dat je ertussen uit was geknepen! Hop, naar boven!"
Je vriendin loopt langs je door naar binnen. Ze heeft een grote zak bij zich. Dat had je niet verwacht. Die eeuwige onvoorspelbaarheid... Ze gaat je voor naar je kamer en snatert als een op hol geslagen gans. Je weet niet waarover, want je luistert niet.

- "Ben je al gedoucht?"
- "Euh..."
Ze werpt een vuile blik op je gitaar.
- "Dat is dus duidelijk een 'neen'. Altijd maar klingelen op dat ding. En als je dat niet doet, zit je tussen je boeken. En als je eens uitgaat, dan zit je ergens in zo een duister café te luisteren naar van die rare muziek... Zo zul je nooit aan een man geraken!"

Het probleem met vriendinnen die een (tijdelijke?) wederhelft hebben gevonden, is dat ze je ongebondenheid bekijken als een ziekte. Correctie: een besmettelijke ziekte. Alsof op een dag hun wederhelft met de noorderzon zal vertrekken als ze te lang in je buurt blijven. Aangezien jouw vriendinnen gecategoriseerd kunnen worden onder échte vriendinnen, blijven zij wel in je buurt. De enige oplossing die hun dan nog rest, is om je zo snel te 'genezen'. Dat doen ze door je ongevraagd advies te geven of er op te hameren dat JIJ met die ingesteldheid van jou alle mannen wegjaagt. 'Ach, je bent zo mooi. Steek dan je troeven toch niet zo weg.' of 'Je moet je openstellen voor een relatie.' of 'Heb je al gehoord van Tinder? Echt iets voor jou?' Oh ja! Je vermijdt al jaren discotheken omwille van de oppervlakkige vleeskeuring, dan ga je je echt bezighouden met een nog oppervlakkiger systeem...

- "Wat ga je aantrekken?"
Bruusk ontwaak je uit je gedachten. Je hebt even de tijd nodig om de vraag te begrijpen.
- "Dit."
Een afkeurende blik glijdt over jouw zwarte rok en coltrui.
- "Ik dacht al dat je weer voor zoiets zou kiezen. Zo saai! Zo donker! Ik heb iets voor je meegenomen. Dit kan je lenen."
Ze gooit een jurkje op het bed. Het zachte stof bedekt je instrument. Alsof het schreeuwt om je eigenheid te verwerpen.
- "Het is...ROZE?!"
- "Ja, mooi toch. Haast je een beetje dan hebben we nog tijd voor je haar en je make-up."

Je kijkt in de spiegel. Je ziet een jonge vrouw van begin de twintig staan. Ze draagt een roze, strapless jurk. De korte kant van haar asymmetrische bob zit achter haar oor verscholen. In dat oor schittert een witte oorbel. Haar ogen zijn zacht, maar ze lachen niet. Haar lippen glanzen. Ze heeft een verbaasde uitdrukking. Zo één alsof ze zichzelf niet herkent. 

Jullie stappen in de rode Peugeot. Je vriendin geeft je een lift naar het restaurant.
- "Jullie zullen het vast naar jullie zin hebben. Hij is echt heel aardig! Hij studeert trouwens in dezelfde stad als ons."
- "Hmm."
- "En hij is best knap, hoor."
- "Hoe ziet hij eruit?"
- "Blond, groot..."
- "Ik val niet op blond. En al helemaal niet op groot!"
- "Weet je, Reeche. Ik denk dat jij gewoon te kieskeurig bent. Je moet je eisenlijst eens aanpassen."
Die reden had je nog niet gehoord.
- "Vanwaar ken je hem?"
- "Hij is goed bevriend met Donovan."
- "Dus jij wilt mij koppelen aan een vriend van jouw vrijer?"
- "Toch gezellig. Kunnen we samen op stap..."
- "Egoïst."
- "Zeg! Ik regel hier een blind date, ik maak je verzorgd en aantrekkelijk én ik breng je tot daar. Hoe durf je me een egoïst te noemen?"
- "Ten eerste omdat ik noch voor dit circus noch voor die bimbokleren heb gevraagd. Ten tweede heb je mij gedwongen - ja- gedwongen om te gaan, want het was al geregeld VOOR het aan mij te vragen én ten derde: Ik kies zelf wel met wie ik uitga."
Ze kijkt je woedend aan. In die dodelijke blik zit ook een stuk van ongeloof verweven. Jullie zeggen niets meer tot jullie arriveren aan het restaurant. Je wil uitstappen. Plots neemt ze je hand vast.
- "Geef het een kans. Ik wil je alleen maar gelukkig zien."
Je knijpt in haar schouder.
"Dank je. Dat weet ik wel."

Je wandelt het restaurant binnen. Zoekend naar je date. Een manspersoon stapt op je af. Hij stinkt naar goedkoop parfum.

- "Jij moet Reeche zijn! Aangenaam, ik ben dus Frederick. Sofie heeft me al veel over je verteld."
Iets in zijn blik verraadt dat hij meer onder de indruk is van jou dan jij over hem. Zijn haar zit zo vol gel dat je er een papier-maché meubelstuk van zou kunnen maken. Zijn afschuwelijk 'modieus' hemd vloekt bij zijn nog afschuwelijkere sjaal. Het doet je denken aan de gordijnen die bij je grootvader hangen. Alleen zijn die gordijnen niet voorzien van zo een vreselijk motief. Zijn broek lijkt wel twee maten te groot. En wat een arrogante uitstraling! Hij is de vleesgeworden waslijst van alle kenmerken die je niet wil in een partner.
Je eisenlijst bijstellen? Je sterft nog liever moederziel alleen in een krot dan elke ochtend zo een kop te moeten zien bij het wakker worden.

"We zullen maar gaan zitten, zeker?"
Je hebt geen keuze. Je had moeten vluchten toen het nog kon.

Er volgt een lange monoloog over zijn leven. Zelfs Shakespeare zou er moeite mee hebben om niet in slaap te vallen. Hij bazelt over zijn studie in de Toegepaste Economische Wetenschappen en over zijn toekomstperspectieven wanneer hij later het bedrijf van zijn ouders overneemt. "Statistiek is toch een wondere wetenschap, hé. Wat je allemaal kan voorspellen... Bla. Bla. Bla." (Dat laatste is je ontgaan, aangezien een uitpuilende neushaar je aandacht trekt. Alsof er enkel nog die neushaar is. Jij aan een tafel met een neushaar.

- "Wat studeer jij?"
- "Euh... Ook iets met economie."
- "Oh, dat is een raakvlak!"
- "Nee. Jij studeert economie uit winstbejag. Ik uit een ideologie. Ik ben er zeker van dat onze loonbriefjes later ver uit elkaar zullen liggen."
Een pijnlijke stilte. Een sfeer die zo gespannen staat dat je hem bijna voelt snijden in je blote huid.

- "Ik doe dat om later mijn gezin goed te voorzien. Een vrouw moet goed gesoigneerd worden, hé."
- "Ik ben ervan overtuigd dat vrouwen voor zichzelf kunnen zorgen. Een vrouw kan zelf haar geld verdienen en zelf voorzien in haar behoeften."
- "Maar ik bedoel, het is toch fijn om een mooi kleedje te krijgen. Of een juweeltje."
- "Ik kies mijn kleren zelf. En in juwelen ben ik niet geïnteresseerd."
Zijn mond valt bijna open van verbazing. Blijkbaar heeft hij nog nooit een vrouw gezien die niet van juwelen houdt. Of één met een uitgesproken mening. Dat kan ook.
- "Een bloemetje op zijn tijd kan..."
- "Bloemen? Die horen thuis in de natuur te bloeien en niet in een vaas te rotten! En voor je het vraagt: aan zelfgeschreven liefdesbrieven vind ik ook niets. Die staan vaak vol stijl- of spellingfouten. Ik hou er niet van om bij kaarslicht te eten, ik haat romantische films én ik schijt helemaal omhoog van kleffe muziek."
Het duiveltje op je schouder danst een vreugderondje. De jongeman voor je zakt nog net niet weg onder de tafel.
- "Ben je dan totaal niet romantisch?"
- "Ik hou van Romantiek. Hoofdletter 'R'. 'Goethe' bijvoorbeeld. Maar niet van die onzin die jij onder de noemer 'romantiek' plaatst. Mannen doen dat alleen maar, omdat ze achteraf seks verwachten. Dan heb ik liever dat men zegt 'Ik wil nu seks.' Dat is het eerlijkste."

De ober staat naast jullie tafeltje vol afgrijzen te kijken. Hoeveel hij gehoord heeft van jullie gesprek, weet je niet. Het interesseert je ook niet.

- "Een...een...een wijntje voor mij...wit. En voor de dame..."
- "Bier. Van het vat."
Hij vraagt niet waarom je bier drinkt. Het is duidelijk dat hij net zozeer weg wilt van deze plek als jij.
Er valt weer een stilte tot de ober de drankjes heeft gebracht. Je date probeert het jouwe te betalen, maar dat weiger je.

- "Heb je hobby's?"
- "Muziek."
- "Oh, muziek! Ik ben gek op muziek."
- "Welke muziek?"
- "Wat op de radio komt, de top 40. Die dingen. En jij?"
- "Wat niet op de radio komt en zeker niet in de top 40. Ken je de band 'Nose Hair' bijvoorbeeld?"
- "Nee, nog nooit van gehoord."
- "Die bestaan ook niet."
Een domme blik volgt. Je drinkt onverstoorbaar van je biertje. Het is niet eens goed koud.

Verveeld begint hij met zijn iPhone te spelen. Plots schiet hij recht.
- "Verdorie! Ik ben helemaal vergeten dat ik vandaag die deadline moet halen voor fiscaal recht!"
- "Ga dan."
- "Vind je het niet erg?"
- "Nee."
- "Oké... Euh, zal ik je bellen?"
- "Doe geen moeite om beleefd te zijn. We weten allebei dat dit een ramp was. Vergeet gewoon vanavond."

Zuur staat hij op. Hij gunt je geen blik meer waardig als hij het restaurant uitbeent. Je drinkt je biertje leeg, legt een fooi voor de ober (ter compensatie van je gedrag) en wandelt naar de dichtstbijzijnde bushalte.

Je telefoon gaat over.

- "Frederick belde mij. Hij vond je een arrogante bitch... Ik neem aan dat het niet goed ging?"
- "Nee. Het ging niet goed. Ik ben nochtans mezelf geweest."
'Meine Haut gehört keine Herren.'

maandag 22 september 2014

De perfecte man

De perfecte man

Als student bezoek je op regelmatige basis een café. Dat doe je, omdat je van tijd tot tijd op zoek bent naar ander gezelschap dan Freud of Smith. Je wisselt je comfortabele jogging en afgewassen bandshirt in voor een skinny jeans en een top met kanten afwerking. Je stift je lippen rood, omdat je dat mooi vindt en na een laatste check-up in de spiegel besluit je dat je er respectabel genoeg uitziet om het straatbeeld te betreden.

Je wandelt naar de plek waar je met je vriendin hebt afgesproken. De vriendin die er meer dan respectabel uitziet. Jullie wandelen naar het café waar jullie altijd heengaan: De Irish Times. Jullie gaan daar altijd, omdat 1. jullie beiden roken en 2. omdat er daar een goed geventileerde rookruimte aanwezig is.

Daar aangekomen nemen jullie plaats in een zetel en bestellen naar gewoonte een biertje. Jullie zullen zoals altijd klagen over de lectoren, lachen met dezelfde verhalen, nog een biertje drinken en uiteindelijk wat roddelen over jullie vrouwelijke medestudenten. Jullie weten dat het zo zal gaan en niet anders, want dit is wat jullie altijd doen op woensdagavond. Voorspelbaarheid kan een student deugd doen aangezien het studentenleven nooit voorspelbaar is.

Je had je dan ook nooit kunnen verwachten aan wat er op dat moment gebeurde. Hier in dit kleine, gezellige café.

Hij wandelde rustig door de glazen deur. Zijn zwarte, halflange haar was door de koude septemberwind in de war geraakt. Zijn ogen scanden de omgeving af, op zoek naar de maat die hij hier zou treffen. Die maat die altijd te laat komt. Hij stapte in de rokerscabine en zette zich in de zetel tegenover ons. Hij trakteerde ons op een lach alvorens een sigaret uit zijn pakje te plukken en deze aan te steken met zijn ijzeren zippo. Eén met dezelfde kleur als zijn ogen.

Je hebt nu de kans om hem te bekijken. Een vrij zicht op het beeld dat je zo intrigeert.

Hij is niet groot. Ik schat hem maximaal 1m75, maar hij is mooi gebouwd. Niet te dun en zeker niet te dik. Onder zijn ravenzwarte hemd zou zelfs een vrij gespierde buik of een tatoeage kunnen schuilen. Hij is creatief en misschien zelfs artistiek. Tekenen zou zijn hobby kunnen zijn. Of schrijven. Of dichten. Of misschien zelfs gitaar spelen. Ik zoek op zijn vingers naar kleine eeltvlekjes, maar hij zit niet dichtbij genoeg om het effectief te kunnen zien. Ik weet niet of hij actief bezig is met muziek, maar hij houdt er wel van. Hij luistert 's avonds in zijn bed naar muziek uit een verloren tijd. Een tijd waarin muziek nog muziek was.

Hij is vriendelijk in de omgang, maar eigenzinnig genoeg om zich niets aan te trekken van wat anderen van hém vinden. Hij studeert nog of hij werkt en wat hij ook doet, hij doet hij graag. Het maakt hem niet uit of hij rijk wordt. Hij handelt uit idealistische overtuigingen. Hij wil een klein lichtpuntje zijn in het duister van onze maatschappij.

Hij is koppig en babbelziek. Hij kletst zoveel dat je je soms moet beheersen om geen prop in zijn mond te rammen, maar op andere momenten wordt hij stil. Dan tuurt hij met een verdrietige blik voor zich uit na het lezen van de krant. Hij haat onrechtvaardigheid en voelt zich machteloos.

Wanneer hij je beu is, zal hij je tijdens een serieus gesprek de bons geven. Dit is hard, maar hij vindt dat het eerlijkste. Vreemd gaan doet hij niet, want hij handelt altijd uit zijn principes.

Hij zal je in de weekends meenemen naar concerten, bars, musea, clubs of zelfs naar een theatervoorstelling. Hij houdt ervan om weg te zijn en te genieten van  het leven, want leven dat doet hij ten volle. Er zullen ook weekends komen dat jullie beiden moe zijn. Dan zal hij als een kat komen knuffelen op de bank om je erna mee te nemen naar bed en daar te transformeren in de tijger die hij stiekem is. Hij is niet bang om te experimenteren of om zijn en jouw grenzen af te tasten.

Hij kan goed met de auto rijden, maar is een ramp in de keuken. Dat neem je voor lief, want je kookt heel graag. Je zal hem een geweldige risotto voorschotelen en hij zal die rustig en welgemanierd opeten.

Hij is verzorgd, maar staat geen uren voor de spiegel. Dat hoeft ook niet, want hij is zelfverzekerd genoeg om met warrig haar een café binnen te wandelen. Hij komt in je leven en gooit het overhoop. Hij sleurt je uit je routine en blaast al je overtuigingen over 'het eeuwige werk' op. Hij leert je dat je werkt om te leven en niet leeft om te werken.

Je vriendin port je in je zij.

"Reeche, hoor je wel wat ik zeg? Ik zit hier al tien minuten tegen je te praten en jij kijkt gewoon voor je uit! Wat is er?"

Je komt terug bij zinnen.
Hij is weg. Hij is er zelfs nooit geweest.

De perfecte man is een mythe.