Als student bezoek je op regelmatige basis een café. Dat doe je, omdat je van tijd tot tijd op zoek bent naar ander gezelschap dan Freud of Smith. Je wisselt je comfortabele jogging en afgewassen bandshirt in voor een skinny jeans en een top met kanten afwerking. Je stift je lippen rood, omdat je dat mooi vindt en na een laatste check-up in de spiegel besluit je dat je er respectabel genoeg uitziet om het straatbeeld te betreden.
Je wandelt naar de plek waar je met je vriendin hebt afgesproken. De vriendin die er meer dan respectabel uitziet. Jullie wandelen naar het café waar jullie altijd heengaan: De Irish Times. Jullie gaan daar altijd, omdat 1. jullie beiden roken en 2. omdat er daar een goed geventileerde rookruimte aanwezig is.
Daar aangekomen nemen jullie plaats in een zetel en bestellen naar gewoonte een biertje. Jullie zullen zoals altijd klagen over de lectoren, lachen met dezelfde verhalen, nog een biertje drinken en uiteindelijk wat roddelen over jullie vrouwelijke medestudenten. Jullie weten dat het zo zal gaan en niet anders, want dit is wat jullie altijd doen op woensdagavond. Voorspelbaarheid kan een student deugd doen aangezien het studentenleven nooit voorspelbaar is.
Je had je dan ook nooit kunnen verwachten aan wat er op dat moment gebeurde. Hier in dit kleine, gezellige café.
Hij wandelde rustig door de glazen deur. Zijn zwarte, halflange haar was door de koude septemberwind in de war geraakt. Zijn ogen scanden de omgeving af, op zoek naar de maat die hij hier zou treffen. Die maat die altijd te laat komt. Hij stapte in de rokerscabine en zette zich in de zetel tegenover ons. Hij trakteerde ons op een lach alvorens een sigaret uit zijn pakje te plukken en deze aan te steken met zijn ijzeren zippo. Eén met dezelfde kleur als zijn ogen.
Je hebt nu de kans om hem te bekijken. Een vrij zicht op het beeld dat je zo intrigeert.
Hij is niet groot. Ik schat hem maximaal 1m75, maar hij is mooi gebouwd. Niet te dun en zeker niet te dik. Onder zijn ravenzwarte hemd zou zelfs een vrij gespierde buik of een tatoeage kunnen schuilen. Hij is creatief en misschien zelfs artistiek. Tekenen zou zijn hobby kunnen zijn. Of schrijven. Of dichten. Of misschien zelfs gitaar spelen. Ik zoek op zijn vingers naar kleine eeltvlekjes, maar hij zit niet dichtbij genoeg om het effectief te kunnen zien. Ik weet niet of hij actief bezig is met muziek, maar hij houdt er wel van. Hij luistert 's avonds in zijn bed naar muziek uit een verloren tijd. Een tijd waarin muziek nog muziek was.
Hij is vriendelijk in de omgang, maar eigenzinnig genoeg om zich niets aan te trekken van wat anderen van hém vinden. Hij studeert nog of hij werkt en wat hij ook doet, hij doet hij graag. Het maakt hem niet uit of hij rijk wordt. Hij handelt uit idealistische overtuigingen. Hij wil een klein lichtpuntje zijn in het duister van onze maatschappij.
Hij is koppig en babbelziek. Hij kletst zoveel dat je je soms moet beheersen om geen prop in zijn mond te rammen, maar op andere momenten wordt hij stil. Dan tuurt hij met een verdrietige blik voor zich uit na het lezen van de krant. Hij haat onrechtvaardigheid en voelt zich machteloos.
Wanneer hij je beu is, zal hij je tijdens een serieus gesprek de bons geven. Dit is hard, maar hij vindt dat het eerlijkste. Vreemd gaan doet hij niet, want hij handelt altijd uit zijn principes.
Hij zal je in de weekends meenemen naar concerten, bars, musea, clubs of zelfs naar een theatervoorstelling. Hij houdt ervan om weg te zijn en te genieten van het leven, want leven dat doet hij ten volle. Er zullen ook weekends komen dat jullie beiden moe zijn. Dan zal hij als een kat komen knuffelen op de bank om je erna mee te nemen naar bed en daar te transformeren in de tijger die hij stiekem is. Hij is niet bang om te experimenteren of om zijn en jouw grenzen af te tasten.
Hij kan goed met de auto rijden, maar is een ramp in de keuken. Dat neem je voor lief, want je kookt heel graag. Je zal hem een geweldige risotto voorschotelen en hij zal die rustig en welgemanierd opeten.
Hij is verzorgd, maar staat geen uren voor de spiegel. Dat hoeft ook niet, want hij is zelfverzekerd genoeg om met warrig haar een café binnen te wandelen. Hij komt in je leven en gooit het overhoop. Hij sleurt je uit je routine en blaast al je overtuigingen over 'het eeuwige werk' op. Hij leert je dat je werkt om te leven en niet leeft om te werken.
Je vriendin port je in je zij.
"Reeche, hoor je wel wat ik zeg? Ik zit hier al tien minuten tegen je te praten en jij kijkt gewoon voor je uit! Wat is er?"
Je komt terug bij zinnen.
Hij is weg. Hij is er zelfs nooit geweest.
De perfecte man is een mythe.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten